Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
gedaagde, hierna te noemen: de Staat,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 3.413,00 (1,0 punt × tarief VII x € 3.413 )
Rechtbank Den Haag
Ingenhousz Institute B.V., exploitant van een hotel te Breda, vordert dat de rechtbank verklaart dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met startende ondernemers bij de NOW- en TVL-regelingen, en eist schadevergoeding van €511.992.
De Staat voert aan dat Ingenhousz niet-ontvankelijk is omdat zij bestuursrechtelijke rechtsmiddelen had kunnen en moeten benutten tegen de beschikkingen op haar aanvragen, maar dat niet heeft gedaan. De rechtbank stelt vast dat Ingenhousz meerdere aanvragen heeft ingediend voor tegemoetkomingen op grond van de NOW- en TVL-regelingen, waarvan sommige zijn afgewezen en waartegen bezwaar is gemaakt, maar dat zij geen beroep heeft ingesteld tegen de bestuursrechtelijke beslissingen.
De rechtbank overweegt dat het leerstuk van formele rechtskracht inhoudt dat civiele rechterlijke toetsing aan de rechtmatigheid van besluiten niet mogelijk is indien bestuursrechtelijke rechtsmiddelen openstonden maar niet zijn benut. Dit betekent dat de civiele rechter ervan uitgaat dat de besluiten rechtmatig zijn en dat de regeling waarop deze besluiten zijn gebaseerd niet onrechtmatig kan worden bevonden. Ingenhousz heeft geen belang bij haar vordering omdat haar klachten over de regeling samenhangen met de afwijzing van haar aanvragen.
De rechtbank verklaart Ingenhousz niet-ontvankelijk in haar vorderingen en veroordeelt haar in de proceskosten, begroot op €9.150 ten gunste van de Staat. Het vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2023.
Uitkomst: Ingenhousz wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.