Uitspraak
4.ECLI:NL:RVS:2022:2290.
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Nigeriaans gezin met drie minderjarige kinderen, zijn in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico op onttrekking aan toezicht en belemmering van uitzetting. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin de gronden voor bewaring zijn bevestigd en stelt vast dat de omstandigheden niet zijn veranderd.
Eisers voerden aan dat de belangen van hun minderjarige kinderen onvoldoende zijn meegewogen, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die stelt dat bewaring van kinderen kort moet zijn en passende omstandigheden vereist. De rechtbank overweegt dat het detentiecentrum in Zeist speciaal is ingericht voor gezinnen met minderjarige kinderen en dat de duur van de bewaring binnen de wettelijke termijn blijft, mede door een nieuwe vluchtplanning.
Verder stelt de rechtbank dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de belangenafweging in het nadeel van eisers uitvalt, waarbij rekening is gehouden met het feit dat de kinderen afhankelijk zijn van hun ouders en niet zelfstandig kunnen vertrekken. De rechtbank acht de bewaring niet onrechtmatig en wijst de beroepen en verzoeken om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond en wijst de verzoeken om schadevergoeding af.