ECLI:NL:RBDHA:2023:12828
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid België
Eiser, een Ethiopische nationaliteit, heeft op 23 januari 2023 asiel aangevraagd in Nederland. Uit Eurodac bleek dat hij eerder in België asiel heeft aangevraagd, waardoor België volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de aanvraag. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft de aanvraag daarom niet in behandeling genomen.
Eiser stelde dat de opvangvoorzieningen in België onder grote druk staan en dat hij psychische klachten heeft, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan worden toegepast. Hij verwees naar jurisprudentie, rapporten en nieuwsberichten om zijn standpunt te onderbouwen.
De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat België zijn internationale verplichtingen nakomt, en dat eiser aannemelijk moet maken dat dit niet het geval is. De rechtbank acht de drempel hoog en concludeert dat eiser niet heeft aangetoond dat hij bij overdracht aan België in een situatie van ernstige materiële deprivatie zal verkeren.
De rechtbank wijst erop dat Belgische autoriteiten kwetsbare personen, waaronder mensen met psychiatrische problemen, voorrang geven bij opvang en medische begeleiding bieden. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij geen beroep kan doen op Belgische instanties bij problemen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.