ECLI:NL:RBDHA:2023:12764
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank heeft op 8 augustus 2023 de zaak behandeld en beoordeelt dat Nederland terecht een verzoek tot terugname aan Oostenrijk heeft gedaan, waarop Oostenrijk niet tijdig heeft gereageerd, wat gelijkstaat aan aanvaarding van het verzoek. Eiser stelde dat hij in Oostenrijk een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling en dat Oostenrijk Indiërs terugstuurt zonder opvang. De rechtbank oordeelt dat eiser deze stellingen onvoldoende heeft onderbouwd met bewijs en dat de staatssecretaris terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Verder is geoordeeld dat het voornemen niet ter toetsing ligt en dat een fictief claimakkoord gelijkstaat aan een expliciet claimakkoord volgens de Dublinverordening. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit van de staatssecretaris in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.