ECLI:NL:RBDHA:2023:12710
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag kennelijk niet-ontvankelijk
Eiser diende op 8 september 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een besluit stelde eiser de staatssecretaris op 30 maart 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens stelde eiser op 16 april 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de staatssecretaris binnen zes maanden moet beslissen op een asielaanvraag, met een mogelijke verlenging van maximaal negen maanden indien sprake is van een groot aantal aanvragen. De staatssecretaris heeft de beslistermijn met toepassing van het WBV 2022/22 met negen maanden verlengd voor aanvragen waarop op 27 september 2022 nog niet was beslist.
De rechtbank volgt het eerdere oordeel van de meervoudige kamer dat deze verlenging rechtsgeldig is. Hierdoor was de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken op het moment van de ingebrekestelling. De ingebrekestelling en het daarop gebaseerde beroep zijn daarom prematuur en voldoen niet aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt dan ook kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.