ECLI:NL:RBDHA:2023:12624
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiseres diende op 27 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij stelde de staatssecretaris op 30 mei 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag en stelde vervolgens op 19 juni 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de beslistermijn zes maanden bedraagt, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een groot aantal aanvragen. De staatssecretaris had deze verlenging rechtsgeldig toegepast met inwerkingtreding van het WBV 2022/22, waardoor de beslistermijn voor eiseres eindigde op 27 februari 2024.
Omdat de ingebrekestelling van 30 mei 2023 prematuur was ingediend, voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb. De rechtbank verklaarde het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.