ECLI:NL:RBDHA:2023:12617
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens geldige verlenging beslistermijn
Eiser diende op 12 mei 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een beslissing stelde eiser de staatssecretaris bij brief van 12 februari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Vervolgens stelde eiser op 2 maart 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beslissing moet worden genomen. Deze termijn kan met maximaal negen maanden worden verlengd indien sprake is van een groot aantal aanvragen, waardoor het praktisch onmogelijk is binnen zes maanden te beslissen. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 de beslistermijn voor asielaanvragen die op 27 september 2022 nog niet waren beslist, met negen maanden verlengd.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer waarin is geoordeeld dat deze verlenging rechtsgeldig is. In deze zaak ziet de rechtbank geen reden om daarvan af te wijken. Hierdoor is de wettelijke beslistermijn nog niet verstreken en is de ingebrekestelling van 12 februari 2023 prematuur ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten en wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en griffier R. de Boer en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een geldige verlenging van de beslistermijn.