ECLI:NL:RBDHA:2023:12340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen belastingrente naheffingsaanslag loonbelasting 2017
Eiseres B.V. kreeg voor het jaar 2017 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd, inclusief een belastingrente van €11.471. Deze aanslag volgde op een vaststellingsovereenkomst waarin overeengekomen werd dat een levenslooptegoed belast werd in 2017. Eiseres betwistte de rentebeschikking en stelde dat deze in strijd was met het eigendomsrecht, het discriminatieverbod en het boeteverbod uit het EVRM, en dat de rente niet gerechtvaardigd was door de compensatiegedachte. Tevens stelde zij dat de Belastingdienst onredelijk lang had gedaan over het opleggen van de aanslag en dat sprake was van detournement de pouvoir en schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de belastingrenteregeling een wettelijk toegestane maatregel is die een fair balance waarborgt tussen algemeen belang en individuele rechten. Eiseres maakte niet aannemelijk dat de rentebeschikking een buitensporige last voor haar vormde of dat het discriminatieverbod werd geschonden. De rechtbank benadrukte dat belastingrente geen boete is en dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is. De renteberekening was conform de wettelijke regels en de Belastingdienst had binnen de wettelijke termijnen gehandeld.
De rechtbank verwierp het beroep en concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot vermindering van de belastingrente konden leiden. Er was geen sprake van onzorgvuldig handelen of misbruik van bevoegdheid door de Belastingdienst. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de naheffingsaanslag en belastingrente wordt ongegrond verklaard.