ECLI:NL:RBDHA:2023:12160

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 augustus 2023
Publicatiedatum
15 augustus 2023
Zaaknummer
23_988
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke beroepsfase tegen UWV

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Nadat het UWV het bestreden besluit introk en besloot het bezwaar verder te behandelen, trok eiseres haar beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat het UWV aan eiseres is tegemoetgekomen zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, waardoor vergoeding van proceskosten in de beroepsfase mogelijk is. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 837,- voor de beroepsmatige rechtsbijstand bij het indienen van het beroepschrift.

Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden. De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan zonder zitting en is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2023 door rechter A.J. van der Ven.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten en het griffierecht van € 50,- aan eiseres.

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht
zaaknummer.: SGR 23/988

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. Lange),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder
(gemachtigde: M. Brouwer).

Procesverloop

De rechtbank heeft op 26 januari 2023 een beroepschrift namens eiseres ontvangen gericht tegen het bestreden besluit van 20 december 2022, waarin het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit van 28 juli 2022 en het wijzigingsbesluit van 14 december 2022 nietontvankelijk is verklaard.
Op 17 februari 2023 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en besloten het bezwaar van eiseres verder te behandelen.
Op 14 maart 2023 heeft eiseres het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft 20 maart 2023 op het verzoek gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener, het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro die wet veroordelen in de proceskosten.
3. Eiseres heeft tijdens de bezwaarfase niet verzocht om vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten. De beoordeling hierna over de gevraagde proceskostenveroordeling beperkt zich daarom tot de beroepsfase.
4. Verweerder is aan eiseres tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. Aan eiseres is ter zake van het beroep door een derde beroepsmatig rechtsbijstand verleend, bestaande uit het indienen van een beroepschrift.
5. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).
6. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
€ 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, rechter, in aanwezigheid van A. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.