ECLI:NL:RBDHA:2023:12160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding in bestuursrechtelijke beroepsfase tegen UWV
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Nadat het UWV het bestreden besluit introk en besloot het bezwaar verder te behandelen, trok eiseres haar beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aan eiseres is tegemoetgekomen zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, waardoor vergoeding van proceskosten in de beroepsfase mogelijk is. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 837,- voor de beroepsmatige rechtsbijstand bij het indienen van het beroepschrift.
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden. De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan zonder zitting en is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2023 door rechter A.J. van der Ven.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten en het griffierecht van € 50,- aan eiseres.