Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Syrische nationaliteit en statushouder in Duitsland, werd in Nederland in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder legde deze maatregel op omdat eiser niet wilde terugkeren naar Duitsland, waar hij rechtmatig verblijft, en het juridisch onmogelijk is om een terugkeerbesluit naar Syrië te nemen vanwege internationale bescherming.
De rechtbank toetste ambtshalve de voorwaarden uit het Unierecht en concludeerde dat aan alle vereisten voor bewaring was voldaan. De procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling werd niet bestreden en hoefde niet ambtshalve te worden getoetst.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel voldoende was gemotiveerd, dat geen lichter middel passend was, en dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen afzienbare termijn. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.