ECLI:NL:RBDHA:2023:12019
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming in Dublin-procedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek (Dublin-verordening).
De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak behandeld, waarbij eiser niet is verschenen. De staatssecretaris heeft gemeld dat eiser op 18 mei 2023 met onbekende bestemming is vertrokken, zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde.
Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt, geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij anders blijkt uit contact met een gemachtigde. De gemachtigde van eiser gaf aan niet te verschijnen en maakte geen melding van contact met eiser.
De rechtbank concludeert dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank gaat niet inhoudelijk op de zaak in en veroordeelt eiser niet in proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.