Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[gedaagde 1] te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
tegenover elkaarniet negatief mogen uitlaten. De voorzieningenrechter volgt deze lezing niet. Bij de uitleg van artikel 2.1. van de vaststellingsovereenkomst komt het niet alleen aan op een zuiver taalkundige uitleg van die bepaling. Die uitleg is mede afhankelijk van de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan (de bepalingen in) de overeenkomst mochten toekennen en wat zij daarover redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij van belang kan zijn tot welke maatschappelijk kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht (Haviltex-norm, HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158). Niet in geschil is dat de vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen naar aanleiding van diverse geschillen en (oneindige) juridische procedures tussen de verschillende stakeholders in het project. De totaaloplossing die uiteindelijk met tussenkomst van GCCF is gerealiseerd, beoogde een einde te maken aan de onenigheid in het project, die de realisatie van het project in gevaar bracht. Tegen deze achtergrond mag GCCF redelijkerwijs verwachten dat [gedaagden] zich niet negatief over GCCF uitlaten, ook niet tegenover derden. Dit kan immers weer aanleiding zijn voor nieuwe geschillen, die juist voorkomen moeten worden.