ECLI:NL:RBDHA:2023:11918

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 augustus 2023
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.21647
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a VwArt. 106 VwArt. 5.1b VbVreemdelingenwet 2000Vreemdelingenbesluit 2000
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding in vreemdelingenzaak

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, werd op 20 juli 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring en een overdrachtsbesluit op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen deze besluiten stelde eiser beroep in, dat tevens werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

De maatregel van bewaring werd op 31 juli 2023 opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest en of schadevergoeding toekwam. Verweerder stelde dat er voldoende zware en lichte gronden waren om de bewaring te dragen, waaronder het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en het ontvangen van een overdrachtsbesluit.

De rechtbank oordeelde dat eiser geen inhoudelijke gronden tegen de maatregel en het overdrachtsbesluit had aangevoerd en dat de door verweerder genoemde gronden voldoende waren. De rechtbank zag geen aanleiding om ambtshalve tot een ander oordeel te komen en verklaarde de beroepen ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het overdrachtsbesluit wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.21647 en NL23.21652

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.K. Westerhof),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Toonders).

Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2023 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, van de Vw [1] opgelegd. Verweerder heeft op diezelfde dag aan eiser een overdrachtsbesluit (het bestreden besluit 2) uitgereikt.
Eiser heeft tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Verweerder heeft op 31 juli 2023 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft, na akkoord van partijen, bepaald dat een onderzoek ter zitting
achterwege blijft. Op 4 augustus 2023 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
Bestreden besluit 1
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de maatregel nodig is, omdat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vb [2] , als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
4. Eiser heeft de gronden die verweerder aan de maatregel van bewaring ten
grondslag heeft gelegd, niet betwist. De zware gronden en de lichte gronden zijn voldoende
om aan te nemen dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Deze
gronden kunnen de maatregel van bewaring daarom dragen.
5. Verder heeft eiser geen inhoudelijke gronden aangevoerd. In de door verweerder
verstrekte gegevens ziet de rechtbank evenmin aanleiding om, ambtshalve toetsend, te
komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor de maatregel van
bewaring niet is voldaan. [3]
Bestreden besluit 2
6. Eiser heeft geen inhoudelijke gronden aangevoerd tegen het aan hem uitgereikte overdrachtsbesluit. Nu het overdrachtsbesluit niet wordt betwist, zal het beroep tegen het overdrachtsbesluit niet slagen.
Conclusie
7. De beroepen zijn ongegrond. Daarom wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Vreemdelingenbesluit 2000.
3.Zoals is bevestigd door het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november