Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verdere verloop van de procedure
- de broer van [minderjarige] ;
- mevrouw [naam05] en mevrouw [naam06] namens de gecertificeerde instelling.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, waarbij de kinderrechter eerder op 5 april 2023 een machtiging verleende voor een periode tot 5 augustus 2023. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek voortgezet tot 22 januari 2024, de duur van de ondertoezichtstelling.
De minderjarige verbleef eerst vier weken in een crisisplaatsing bij Ipse de Bruggen, waar onvoldoende zorg kon worden geboden. Sinds 26 mei 2023 verblijft zij bij Veerkracht Jeugdhulp met één-op-één begeleiding, waar zij stabiliseert maar nog steeds externaliserend gedrag vertoont. Er is zorg over haar realiteitsbesef en mogelijke psychiatrische problematiek, waarvoor extra diagnostiek wordt voorgesteld.
De moeder erkent de noodzaak van de uithuisplaatsing en stemt in met het verzoek. De broer ondersteunt dit standpunt. De kinderrechter acht de voortzetting van de plaatsing noodzakelijk in het belang van de minderjarige, die stagneert in haar ontwikkeling en baat heeft bij de huidige stabiele omgeving. Tevens wordt het belang van passend onderwijs en het opbouwen van contact met de moeder benadrukt.
De kinderrechter besluit de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot 22 januari 2024 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak door verzoekers en belanghebbenden.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 22 januari 2024.