ECLI:NL:RBDHA:2023:11539
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingediend
Eiser diende op 29 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiser de staatssecretaris op 9 oktober 2022 in gebreke en startte op 6 november 2022 een beroepsprocedure tegen het niet tijdig beslissen.
De staatssecretaris nam op 23 februari 2023 alsnog een besluit en verleende de verblijfsvergunning. De rechtbank stelde vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede betrekking had op dit besluit en dat eiser hierop niet had gereageerd, waardoor het beroep gehandhaafd bleef.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden, die op 29 september 2022 zou eindigen, rechtsgeldig was verlengd met negen maanden op grond van het WBV 2022/22 vanwege een grote instroom van asielaanvragen. Hierdoor was de ingebrekestelling van 9 oktober 2022 prematuur en voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Munsterman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.