Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
[naam 3].
Overwegingen
9 oktober 2020. Bij de vaststelling van de verschuldigde Bpm is verweerder uitgegaan van een historische nieuwprijs van € 30.805 en een handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat van € 13.564 (op basis van de koerslijst Xray (marge)). Er is geen schadebedrag in aanmerking genomen.
Geschil4. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.Meer specifiek is in geschil
- of de hertaxateur van DRZ voldoende onafhankelijk en deskundig is;
- of verweerder terecht geen waardevermindering in verband met schade in aanmerking heeft genomen;
- of de Bpm-heffing op basis van de CO2-uitstoot conform het NEDC2-resultaat in strijd is met artikel 110 van Pro het Verdrag inzake de Werking van de Europese Unie (VWEU);
- of door de restantvoorraadregeling een situatie ontstaat die in strijd is met artikel 110 van Pro het VWEU;
- of sprake is van schending van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel;
- of verweerder van de juiste historische nieuwprijs is uitgegaan.