ECLI:NL:RBDHA:2023:11391
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 25 juli 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het voortduren van een maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was opgelegd op 25 april 2023 en was reeds tweemaal eerder door de rechtbank getoetst, waarbij de rechtmatigheid werd bevestigd.
Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in het werken aan zijn uitzetting, mede omdat er volgens hem geen nieuwe ontwikkelingen waren sinds de laatste beoordeling en omdat een persoonlijke presentatie niet noodzakelijk zou zijn. De staatssecretaris overhandigde een voortgangsrapportage waaruit bleek dat op 3 juli 2023 een vertrekgesprek had plaatsgevonden, dat eiser weigerde te verschijnen bij een geplande presentatie op 13 juni 2023, en dat er op 29 juni 2023 een rappellering had plaatsgevonden.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt en dat het gebrek aan medewerking van eiser aan het verkorten van de bewaringsduur meebrengt dat er geen reden is om de maatregel op te heffen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en de maatregel blijft in stand.