ECLI:NL:RBDHA:2023:11259
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 3 februari 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 13 juli 2022. De staatssecretaris nam op 11 april 2023 een inwilligend besluit. Verzoeker trok daarop op 16 juni 2023 het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overwoog dat de beslistermijn aanvankelijk zes maanden bedroeg, maar door de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 op 27 september 2022 was verlengd met negen maanden. De rechtbank bevestigde een eerdere uitspraak dat deze verlenging rechtsgeldig was, waardoor de ingebrekestelling prematuur was.
Omdat het beroep niet ontvankelijk zou zijn verklaard zonder intrekking, was er geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door het bestuursorgaan. Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk ongegrond af.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.