Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Beoordeling
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Guinese nationaliteithebbende, diende op 7 december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, aangezien eiser daar op 17 januari 2017 ook een asielaanvraag had ingediend. Eiser stelde dat hij vanwege medische klachten als kwetsbare vreemdeling niet op straat kan leven en dat de opvang in België ontoereikend is.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser aannemelijk moet maken dat België zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. De drempel hiervoor is hoog en vereist dat eiser bij overdracht in een situatie van ernstige materiële deprivatie terechtkomt. De aangevoerde informatie en medische klachten van eiser leiden niet tot het oordeel dat deze drempel wordt gehaald.
De rechtbank nam kennis van brieven van Belgische autoriteiten waarin werd bevestigd dat kwetsbare groepen voorrang krijgen bij opvang en dat medische zorg toegankelijk is, ook voor niet-opgevangen asielzoekers. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij geen toegang tot opvang of medische zorg zal krijgen of dat klachten indienen bij Belgische autoriteiten zinloos is.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.