ECLI:NL:RBDHA:2023:11058
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting
De zaak betreft het beroep van een Angolese vreemdeling tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De maatregel is gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst of de voortzetting van de bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 2 juni 2023 rechtmatig is.
Eiser betoogt dat vanwege zijn kwetsbare gezondheid een lichter middel toegepast moet worden en dat er onvoldoende voortvarendheid is in de uitzettingsprocedure. De rechtbank oordeelt dat eiser niet overtuigend heeft gesteld dat een lichter middel effectief zal zijn en dat de beschikbare zorg in detentie toereikend is. Ook is niet gebleken dat de psychische gesteldheid van eiser verslechtert door gebrek aan medische zorg.
De rechtbank constateert dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting. Er zijn meerdere stappen gezet, zoals het rappelleren op de laissez-passer aanvraag en het voeren van vertrekgesprekken. Er is zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat Angola niet algemeen weigert laissez-passers te verstrekken. Eiser werkt wisselend mee aan zijn terugkeer, wat voor rekening en risico van eiser komt. Gezien deze omstandigheden is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard.