ECLI:NL:RBDHA:2023:10988
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar in Tsjaad
Eiser, een Tsjadische nationaliteit, verzocht om asiel in Nederland vanwege vermeende vervolging door de Tsjadische veiligheidsdienst na deelname aan demonstraties in de periode 2015-2017. Verweerder wees het verzoek af wegens onvoldoende aannemelijkheid van de gestelde problemen met de autoriteiten.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk in de negatieve aandacht van de autoriteiten staat. Daarbij werden onder meer het probleemloos verkrijgen van een nieuw paspoort, de legale uitreis naar Nederland en het late melden voor asiel als tegenargumenten meegewogen.
De Hoge Raad bestuursrecht vernietigde eerder een eerdere uitspraak wegens onvoldoende motivering, waarna de rechtbank de zaak opnieuw behandelde. Na uitgebreide overwegingen handhaafde de rechtbank het oordeel dat de vrees voor vervolging niet voldoende is onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat deelname aan algemene demonstraties en landeninformatie over willekeurige arrestaties onvoldoende zijn om een reëel risico op ernstige schade aan te nemen zonder concrete aanwijzingen dat eiser persoonlijk wordt gezocht.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar.