ECLI:NL:RBDHA:2023:10736
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling uit India
Eiser, een Indiase vreemdeling, is op 12 mei 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten op 13 juli 2023.
De rechtbank overwoog dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was en dat nu alleen het rechtmatigheid van het voortduren sinds 30 mei 2023 aan de orde was. Eiser voerde aan dat hij geen vluchtgevaar of risico voor de openbare orde vormde, volledig meewerkte en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. Tevens stelde hij dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en dat er geen zicht op uitzetting was.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor de maatregel nog steeds van toepassing waren, mede omdat eiser zich passief opstelde en niet meewerkte aan een presentatie bij de Indiase diplomatieke vertegenwoordiging. Er was geen sprake van een lichter middel vanwege het onttrekkingsrisico. Voorts bleek uit de rapportage dat verweerder voortvarend handelde door meerdere rappels aan de Indiase autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken.
Omdat nog geen zes maanden waren verstreken, was de vraag naar verlenging niet aan de orde. De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel rechtmatig was, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.