ECLI:NL:RBDHA:2023:10690
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Polen
Eiser, een Jemenitische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar de staatssecretaris stelde deze niet in behandeling omdat Polen verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening, gezien het feit dat eiser een Pools visum had en nog niet eerder een asielverzoek in Polen had ingediend.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden aangenomen vanwege structurele tekortkomingen in het Poolse asielstelsel, waaronder pushbacks, detentieomstandigheden, en discriminatie van LHBTQI-personen. Hij verwees naar diverse rapporten en jurisprudentie om zijn standpunt te onderbouwen.
De staatssecretaris betoogde dat Polen wel degelijk verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, waarbij het claimakkoord en de garanties van Polen voor een correcte behandeling van de asielaanvraag werden benadrukt. Ook stelde hij dat de aangevoerde rapporten onvoldoende bewijs leveren dat eiser een reëel risico loopt op onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van een reëel risico op onmenselijke behandeling. De rechtbank volgde eerdere uitspraken over het interstatelijk vertrouwensbeginsel en concludeerde dat het beroep ongegrond is en de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk is.