ECLI:NL:RBDHA:2023:10680
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in afwachting van beslissing bezwaar verblijfsvergunning
Verzoeker, een Armeense nationaliteit dragende man die sinds zijn minderjarigheid in Nederland verblijft, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier die op 1 februari 2023 werd afgewezen. Hiertegen maakte hij bezwaar. Ondanks het bezwaar was de staatssecretaris voornemens verzoeker op 21 juli 2023 uit te zetten naar Armenië.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft onderbouwd waarom de uitzetting moet plaatsvinden voordat op het bezwaar is beslist. Verweerder heeft nagelaten eerder pogingen te ondernemen tot verwijdering en richt zich nu op directe vertrekhandelingen zonder eerst het bezwaar zorgvuldig af te handelen. Dit weegt niet op tegen het belang van verzoeker om in Nederland te verblijven en zijn bezwaar toe te lichten.
De rechter benadrukt de hoorplicht van de staatssecretaris en het belang van zorgvuldige besluitvorming, zeker gezien het lange verblijf van verzoeker in Nederland en de opgelegde inreisverbod van twee jaar. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarmee het besluit tot uitzetting wordt geschorst tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank schorst de uitzetting van verzoeker tot vier weken na de beslissing op bezwaar en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.