ECLI:NL:RBDHA:2023:1059
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft op 30 augustus 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden en een ingebrekestelling op 13 juni 2022, stelde eiser op 2 augustus 2022 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateert dat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en dat het beroep daarom kennelijk gegrond is. De rechtbank verwijst naar de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, en bespreekt de relevante jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de toepassing van dwangsommen in asielprocedures.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op de aanvraag. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser ad €418,50.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen 16 weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.