Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 juli 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] , v-nummer: [v-nummer] , verzoekster,
[naam], v-nummer: [v-nummer] en
[naam], v-nummer: [v-nummer] ,
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar overdracht naar Duitsland niet achterwege te laten op grond van artikel 3.1, tweede lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000. Dit besluit volgt op een eerdere beslissing waarbij de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn, gebaseerd op Eurodac-gegevens.
Verzoekster betoogt dat niet Duitsland, maar Italië verantwoordelijk is voor haar asielaanvraag, en overlegt daartoe Italiaanse identiteitsdocumenten die volgens haar bewijzen dat zij in 2020 een asielaanvraag in Italië heeft gedaan. De staatssecretaris heeft deze documenten echter niet adequaat beoordeeld en gaat niet in op de vraag of deze documenten de stelling ondersteunen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft en dat vanwege de spoedeisendheid, gelet op de geplande overdracht op 13 juli 2023, een voorlopige voorziening moet worden getroffen. De overdracht naar Duitsland wordt daarom voorlopig opgeschort totdat op het bezwaar is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht naar Duitsland opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.