ECLI:NL:RBDHA:2023:1058
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 21 december 2021 een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiser de staatssecretaris op 28 juni 2022 in gebreke en startte op 21 juli 2022 een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de wettelijke beslistermijn van zes maanden, zoals bepaald in artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, is verstreken zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank verwijst naar relevante wetsartikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, evenals jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de aanvraag. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser ter hoogte van €418,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen 8 weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.