ECLI:NL:RBDHA:2023:10397
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag door verlengde beslistermijn
Eiser diende op 7 juli 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid moest binnen zes maanden beslissen, maar verlengde deze termijn met negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen. Eiser stelde de staatssecretaris bij fax van 26 januari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en stelde op 14 februari 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat een beroep tegen het niet tijdig beslissen pas kan worden ingesteld na een schriftelijke ingebrekestelling en het verstrijken van twee weken daarna. De verlenging van de beslistermijn door de staatssecretaris is rechtsgeldig gebleken, waardoor de ingebrekestelling prematuur was.
Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten en wordt het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.J. Kinds en openbaar gemaakt op 17 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.