ECLI:NL:RBDHA:2023:10382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij registratie nationaliteit tijdens asielprocedure geboren kind
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de ingangsdatum van hun verblijfsvergunning en de vaststelling van de nationaliteit van hun tijdens de asielprocedure in Nederland geboren jongste dochter. De staatssecretaris heeft de ingangsdatum van de verblijfsvergunning aangepast, waardoor het beroep alleen nog gericht is tegen de registratie van de Sierra Leoonse nationaliteit van de jongste dochter, terwijl de oudere kinderen de Gambiaanse nationaliteit hebben.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eisers nog procesbelang hebben bij het beroep. De nationaliteit van de jongste dochter is volgens het systeem van de staatssecretaris automatisch overgenomen uit de Basisregistratie Personen (BRP), waarin de ouders zelf de Sierra Leoonse nationaliteit hebben opgegeven. Eisers hebben niet betwist dat deze registratie juist is, maar willen dat verweerder motiveert waarom deze nationaliteit is geregistreerd.
De rechtbank oordeelt dat eisers geen rechtens te respecteren belang hebben bij een beoordeling van het beroep, omdat met de verlening van de verblijfsvergunning is bereikt wat zij beoogden. De motivering over de nationaliteit van de dochter levert geen procesbelang op. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Wel worden de proceskosten van € 837,- vergoed vanwege de gewijzigde ingangsdatum van de vergunning.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij de registratie van de nationaliteit van de jongste dochter.