De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen en machtiging tot uithuisplaatsing vanwege een onveilige en onrustige opvoedomgeving. De ouders kampen met persoonlijke problematiek en zijn onvoldoende emotioneel beschikbaar, wat leidt tot grensoverschrijdend gedrag en agressie tussen de kinderen en ouders.
De kinderrechter constateert dat de situatie thuis de ontwikkeling van de kinderen schaadt. Sinds de voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is het gedrag van de kinderen verbeterd en verloopt de samenwerking met de ouders goed. De Raad en gecertificeerde instelling adviseren een uithuisplaatsing van negen maanden om verdere rust en behandeling mogelijk te maken.
De kinderrechter stelt de kinderen onder toezicht voor de duur van één jaar en verleent machtiging tot uithuisplaatsing voor negen maanden, waarbij voor twee kinderen een gezinsgerichte voorziening wordt nagestreefd om de omgang met de ouders te bevorderen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk.