Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:10345

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juni 2023
Publicatiedatum
14 juli 2023
Zaaknummer
C/09/648541 / JE RK 23-1155
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 6:4 WvggzArt. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige ondertoezichtstelling en gesloten plaatsing minderjarige in jeugdhulp

De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot opname van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Dit verzoek werd ingediend na acute opname van de minderjarige in een crisisopvang vanwege suïcidaliteit en problematisch drugsgebruik.

De kinderrechter heeft eerder een spoedmachtiging verleend voor gesloten opname en daarna een zorgmachtiging voor zes maanden toegekend. De ouders en minderjarige verzetten zich tegen de voorlopige ondertoezichtstelling en gesloten plaatsing, stellende dat een zorgmachtiging voldoende is en dat opname in de gesloten accommodatie disproportioneel is.

De rechtbank oordeelt dat er wel sprake is van een vermoeden van ernstige ontwikkelingsbedreiging, maar geen acute en ernstige bedreiging die een voorlopige ondertoezichtstelling rechtvaardigt. De verleende zorgmachtiging biedt passende zorg en zicht op de problematiek, waardoor de minderjarige zich niet aan zorg kan onttrekken.

Verder acht de rechtbank een machtiging tot gesloten plaatsing niet mogelijk zonder toestemming van de ouders en omdat deze zou leiden tot verval van de zorgmachtiging, wat onwenselijk is. Daarom worden zowel het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling als het verzoek tot gesloten plaatsing afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot gesloten plaatsing afgewezen wegens toereikendheid zorgmachtiging en ontbreken acute bedreiging.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/648541 / JE RK 23-1155
Datum uitspraak: 14 juni 2023

Beschikking van de kinderrechter

Afwijzing voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp

in de zaak naar aanleiding van het op 8 juni 2023 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,

hierna te noemen: de Raad,
betreffende:

[naam01] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. R.N. Baldew, te [vestigingsplaats] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam02] ,

hierna te noemen: de moeder,
en
[naam03],
hierna te noemen: de vader,
samen wonende te [woonplaats01] ,
advocaat: mr. R.N. Baldew, te [vestigingsplaats] .

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

Het procesverloop

Bij beschikking van 24 mei 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven van 24 mei 2023 tot 5 juni 2023, en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.
Bij beschikking van 2 juni 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging verleend om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven 5 juni 2023 tot 16 juni 2023.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:
- de bij het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging voor [minderjarige] overgelegde stukken van 25 mei 2023;
- het verzoek van de Raad van 8 juni 2023;
- de instemmingsverklaring van 7 juni 2023 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
Tijdens de zitting van 9 juni 2023 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoek van de officier van Justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz Pro met zaaknummer C/09/647942 / FA RK 23-3651 aangehouden tot de zitting van 14 juni 2023, zodat dit verzoek gelijktijdig kan worden behandeld met het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging betrokkene te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Daarbij zijn verschenen:
- [minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat en door de heer [naam07] , tolk Engels;
- de ouders van betrokkene, bijgestaan door mevrouw [naam06] , tolk Frans;
- mevrouw [naam04] , namens de Raad;
- de heer [naam05] , kinderpsychiater bij Youz.
[minderjarige] is tevens in de raadkamer gehoord.

Feiten

- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
- [minderjarige] verblijft feitelijk bij [A] te [vestigingsplaats] .
- Bij beschikking van heden, 14 juni 2023, heeft de rechtbank een zorgmachtiging voor [minderjarige] verleend voor de duur van zes maanden.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] met toepassing van artikel 1:257 van Pro het Burgerlijk Wetboek en tot machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode van drie maanden. Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag.
Er waren grote zorgen om [minderjarige] nadat zij in acute crisis was opgenomen bij [B] van Youz. [minderjarige] zou ontslagen worden bij [B] , waarna het noodzakelijk werd geacht dat [minderjarige] gesloten geplaatst zou worden. De ouders gingen hiermee akkoord, maar hebben hun instemming later ingetrokken. De Raad acht(te) – zo blijkt uit het verzoekschrift - een voorlopige ondertoezichtstelling en een gesloten plaatsing van [minderjarige] noodzakelijk, omdat volgens informatie van Youz [minderjarige] meerdere keren is opgenomen, niet behandeltrouw is en de kans op herhaling van suïcidepogingen groot is en omdat zij zich niet aan veiligheidsafspraken houdt. [minderjarige] heeft persoonlijke problematiek en er is sprake van gevaarlijk overmatig drugsgebruik. Wanneer er geen intensieve hulpverlening en zorg voor [minderjarige] ingezet wordt, kan haar veiligheid en welzijn niet worden gewaarborgd. Het is noodzakelijk dat ze behandeling ontvangt en er moet zicht komen op haar problematiek en drugsgebruik. De Raad is zich ervan bewust dat [A] misschien niet de beste plek is voor [minderjarige] en dat zij verdere hulpverlening binnen de GGZ nodig gaat hebben.
Na bespreking van het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging heeft de Raad ter zitting aangegeven zich te kunnen voorstellen dat een zorgmachtiging wordt verleend en zich gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter met betrekking tot het verzoek tot een voorlopige ondertoezichtstelling en een gesloten plaatsing.
Er is door en namens [minderjarige] en haar ouders verweer gevoerd tegen de voorlopige ondertoezichtstelling en de gesloten plaatsing van [minderjarige] . [minderjarige] en haar ouder willen graag dat zij behandeling ontvangt voor haar verslaving. De ouders en [minderjarige] hadden geen goed beeld van wat [A] inhield en [minderjarige] heeft aangegeven er niet op haar plek te zijn. Zij wil graag behandeling ontvangen bij de Brijder. Een gesloten plaatsing zou in [minderjarige] ’s geval disproportioneel zijn, omdat dit ingezet dient te worden als ultimum remedium. Een zorgmachtiging zou hier passender zijn, nu dit een minder ingrijpende maatregel is. De ouders en [minderjarige] willen meewerken aan behandeling van [minderjarige] in het kader van een zorgmachtiging en zouden graag zien dat zij de behandeling voor haar verslaving vanuit de thuissituatie zal ontvangen. Dit, en het feit dat de ouders zelf actief hulp hebben gezocht, maakt dat zij de hulpverlening accepteren en er niet voldaan is aan de vereisten van de voorlopige ondertoezichtstelling en aan die van de gesloten plaatsing. Een plaatsing op [A] is niet toereikend voor [minderjarige] ’s problematiek en zal haar niet helpen, maar zal haar situatie slechts verergeren.

Beoordeling

Op grond van de informatie, zoals die is gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen en uit de verklaringen van de gehoorde personen, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het
nietdringend en onverwijld noodzakelijk is dat [minderjarige] , hangend een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of de ondertoezichtstelling geboden is, voorlopig onder toezicht wordt gesteld.
De kinderrechter is wel van oordeel dat er sprake is van een vermoeden van een ernstige ontwikkelingsbedreiging, maar dat de maatregel niet noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging bij [minderjarige] weg te nemen.
De rechtbank heeft heden een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden verleend voor [minderjarige] . Dit maakt dat [minderjarige] passende zorg zal ontvangen en dat er voldoende zicht op haar en haar verslavings- en andere problematiek is, zodat zij zich niet aan zorg kan onttrekken.
De kinderrechter acht die maatregel toereikend en ziet – zoals hierboven aangegeven - geen aanleiding tot het uitspreken van een voorlopige ondertoezichtstelling.
Nu er geen (voorlopige) ondertoezichtstelling is en de ouders geen toestemming geven voor een gesloten plaatsing van [minderjarige] , wordt er niet voldaan aan de vereisten van artikel 6.1.2, derde lid van de Jeugdwet en is reeds gelet hierop het verlenen van een machtiging voor een gesloten plaatsing niet mogelijk.
Ten overvloede overweegt de kinderrechter dat het verlenen van een machtiging tot een gesloten plaatsing van [minderjarige] ingevolge artikel 6.1.2, tiende lid van de Jeugdwet, de reeds opgelegde zorgmachtiging zou doen vervallen, wat in het geval van [minderjarige] zeer onwenselijk zou zijn.
Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
wijst af het – aangehouden deel van het - verzoek tot een voorlopige ondertoezichtstelling;
en
wijst af het – aangehouden deel van het - verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2023 door mr. D.G.J. Dop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. van Leeuwen als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 13 juli 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.