ECLI:NL:RBDHA:2023:103

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2023
Publicatiedatum
10 januari 2023
Zaaknummer
NL23.295
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbVreemdelingenwet 2000Richtlijn 2003/86/EGArtikel 3 EVRMBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening mvv nareis en onmiddellijke afgifte mvv-sticker

Verzoekster heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) nareis aangevraagd op basis van de vluchtelingenstatus van haar echtgenoot, de referent. De mvv is toegekend, maar verweerder bepaalde dat verzoekster haar mvv-sticker pas vanaf 22 juni 2023 kan ophalen. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze wachttijd en verzocht om een voorlopige voorziening voor onmiddellijke afgifte.

De voorzieningenrechter verwijst naar een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag van 23 december 2022, waarin de nareismaatregel werd beoordeeld. Deze maatregel, die een wachttijd tot zes maanden voorschrijft tenzij passende huisvesting aanwezig is, is in strijd bevonden met de Vreemdelingenwet 2000 en de Gezinsherenigingsrichtlijn.

Gezien de grote kans van slagen van het bezwaar en het zwaarwegende belang van verzoekster om met haar echtgenoot herenigd te worden, weegt dit zwaarder dan het belang van verweerder bij de wachttijd. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij verweerder wordt opgedragen de ambassade binnen 24 uur te machtigen tot afgifte van de mvv-sticker.

Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst de wachttijd voor het ophalen van de mvv-sticker, met onmiddellijke machtiging van de ambassade tot afgifte.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.295

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [nummer 1]
(gemachtigde: mr. E. Arslan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Op 28 maart 2022 heeft [de persoon] (referent, V-nummer: [nummer 2] ) voor verzoekster een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) nareis ingediend. Met het besluit van 2 januari 2023 (het besluit) heeft verweerder de gevraagde mvv’s verleend. Vanaf 22 juni 2023 kan verzoekster een afspraak maken bij de Nederlandse ambassade in [plaats] ( [land] ) om haar mvv-sticker aan te vragen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het deel van het besluit waarin staat dat zij haar mvv’s pas vanaf 22 juni 2023 kunnen ophalen. Ook heeft verzoekster de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat de verweerder wordt opgedragen om binnen 24 uur de ambassade de opdracht te geven om de mvv’s te verstrekken.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op 16 maart 2022 is aan referent een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Referent heeft de vluchtelingenstatus. Hij heeft op 28 maart 2022 een mvv nareis aangevraagd voor zijn vrouw. Dat verzoekster in aanmerking komt voor de gevraagde mvv is niet in geschil. Deze aanvraag is namelijk ingewilligd. Het gaat in deze zaak alleen om de vraag of verweerder heeft mogen bepalen dat verzoekster de mvvsticker met ingang van 22 juni 2023 kan ophalen, tenzij referent eerder over geschikte huisvesting beschikt.
2. Verzoekster voert samengevat aan dat de eis dat referent geschikte huisvesting heeft voordat een mvv kan worden afgegeven, in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en de Gezinsherenigingsrichtlijn [2] .
3.1.
De voorzieningenrechter overweegt dat de meervoudige kamer van de rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, op 23 december 2022 uitspraak heeft gedaan over een soortgelijke zaak [3] . Ook in die uitspraak gaat het om een referent met de Turkse nationaliteit die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gekregen vanwege zijn vluchtelingenstatus. De rechtbank heeft in de uitspraak van 23 december 2022 een oordeel gegeven over de nareismaatregel. Deze maatregel komt erop neer dat gezinsleden vanaf het moment van verlening van de mvv in beginsel zes maanden moeten wachten tot ze hun mvv daadwerkelijk mogen ophalen. De wachttermijn mag in ieder geval niet langer zijn dan zes maanden en de totale termijn vanaf het moment van de aanvraag om een mvv tot het afhalen van de mvv niet langer dan vijftien maanden. Als de referent passende huisvesting heeft, gelden deze regels niet en mogen de gezinsleden direct de mvv ophalen. Kort weergegeven heeft de rechtbank geconcludeerd dat de nareismaatregel in strijd is met de Vw en de Gezinsherenigingsrichtlijn. De rechtbank heeft ook geconcludeerd dat (mogelijke) schending van artikel 3 van Pro het EVRM [4] geen grondslag biedt voor de door verweerder afgekondigde nareismaatregel.
3.2.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om in deze zaak tot een andere conclusie te komen dan de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2022 heeft getrokken. Gelet op de overwegingen van de rechtbank in deze uitspraak, heeft het bezwaar van verzoekster een grote kans van slagen. Daarom wegen de belangen van verzoekster om zo snel mogelijk met referent herenigd te worden, zwaarder dan het belang van verweerder. Dit betekent dat de voorzieningenrechter reden ziet om de door verzoekster verzochte voorlopige voorziening toe te wijzen in die zin dat verweerder verzoekster onmiddellijk in de gelegenheid moet stellen om haar mvv-sticker af te halen bij de Nederlandse ambassade in [plaats] ( [land] ).
4. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 837,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- schorst het bestreden besluit, voor zover daarin is bepaald dat verzoekster vanaf 22 juni 2023 haar mvv-sticker kan aanvragen;
- draagt verweerder op om de Nederlandse ambassade te [plaats] ( [land] ) binnen 24 uur na deze uitspraak te machtigen om de al toegekende machtiging tot voorlopig verblijf aan verzoekster af te geven;
- bepaalt dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht van € 184,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.H.E. Swinkels, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Richtlijn 2003/86/EG.
3.Te vinden op: rechtspraak.nl, ECLI:NL:RBDHA:2022:14097.
4.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.