ECLI:NL:RBDHA:2023:1029
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker, van Georgische nationaliteit en geboren op 12 april 2001, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure af te wijzen als kennelijk ongegrond.
Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 18 januari 2023 behandeld, waarbij beide partijen zijn verschenen en vertegenwoordigd.
De voorzieningenrechter overweegt dat vanwege de uitspraak op het hoofdberoep (zaaknummer NL23.600) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.L. Boxum en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.