De gecertificeerde instelling heeft verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die momenteel in een gezinshuis verblijft. De minderjarige kampt met persoonlijke problematiek en een laag zelfbeeld, met name op het gebied van haar seksuele ontwikkeling, wat haar veiligheid en die van andere kinderen in het gezinshuis in gevaar brengt.
De vader is tegen de overplaatsing naar de voorgestelde instelling Fier en het spoedkarakter van de plaatsing. Hij stelt dat meer hulp binnen het gezinshuis mogelijk was en dat er onvoldoende is onderzocht of plaatsing bij hem een optie is. De kinderrechter oordeelt dat de noodzaak tot uithuisplaatsing reeds was vastgesteld en dat de wijziging van de verblijfsplaats noodzakelijk is in het belang van de minderjarige.
Fier wordt als geschikte plek gezien vanwege de specialisatie in problematiek rondom seksualiteit en identiteit. Indien Fier niet passend blijkt, moet een soortgelijke plek worden gevonden. De beschikking wordt verleend met een duur tot 6 april 2024 en is uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek tot andere wijzigingen wordt afgewezen.