ECLI:NL:RBDHA:2023:10219

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juli 2023
Publicatiedatum
13 juli 2023
Zaaknummer
NL23.18821
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 6 maart 2023 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betoogt onder meer dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko en dat de maatregel onrechtmatig is vanwege zijn medische klachten en het strafrechtelijke karakter van het regime.

De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk getoetst, waarbij zij onder meer heeft vastgesteld dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was. De rechtbank oordeelt dat de voortgangsrapportage voldoende aantoont dat de uitzetting naar Marokko wordt voorbereid en dat verweerder regelmatig vertrekgesprekken voert met eiser.

Daarnaast wijst de rechtbank het argument van eiser af dat een lichter middel dan bewaring zou moeten worden toegepast, aangezien eiser geen feiten of omstandigheden heeft aangedragen die tot een ander oordeel leiden. De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.18821
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. D. Matadien), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Hopman).

Procesverloop

Verweerder heeft op 6 maart 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1997.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 25 mei 2023 (in de zaak NL23.14413) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten
grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser stelt zich op het standpunt dat zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt. Op 9 maart 2023 heeft verweerder een laissez passer (lp) aangevraagd bij de Marokkaanse autoriteiten ten behoeve van eiser. Volgens eiser had verweerder een lp aanvraag moeten indienen bij de Algerijnse autoriteiten, nu eiser de Algerijnse nationaliteit heeft. Daarnaast werkt verweerder onvoldoende aan de uitzetting van eiser, omdat de lp aanvraag bij de verkeerdere autoriteiten is ingediend.
5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat zich op uitzetting naar Marokko ontbreekt en verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Uit de voortgangsgegevens volgt dat de Marokkaanse autoriteiten eisers nationaliteit hebben bevestigd en dat op 5 juli 2023 een presentatie in persoon is gepland. Verder voert verweerder met regelmaat vertrekgesprekken met eiser, laatstelijk op 28 juni 2023.
6. Eiser stelt vervolgens dat verweerder dient te volstaan met het opleggen van een lichter middel dan de maatregel van bewaring, bijvoorbeeld door hem te plaatsen in een azc of door hem een meldplicht op te leggen. Eiser voert aan dat hij medische klachten heeft en dat hij geen toegang heeft tot zorg. Ook voert hij aan dat het bewaringsregime een strafrechtelijk karakter heeft.
7. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank verwijst naar haar uitspraak van 27 maart 2023 (in de zaak NL23.6914), rechtsoverwegingen 9 tot en met 12. Door eiser zijn geen feiten en omstandigheden aangedragen die op dit onderdeel tot een ander oordeel moeten leiden.
8. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe de rechtbank gehouden is, is er geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van
N.J.R. Kalaykhan, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 juli 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.