ECLI:NL:RBDHA:2023:1004
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit voor Turkse onderdaan zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Turkse onderdaan, kreeg op 30 december 2020 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen wegens onrechtmatig verblijf in Nederland. Hij had geen verblijf- of asielaanvraag ingediend en werkte zonder werkvergunning. Eiser stelde dat hij rechten ontleende aan Besluit 1/80 en dat het terugkeerbesluit onterecht was omdat hij als zelfstandige werkzaam is en het openbare ordecriterium van toepassing zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat eiser op het moment van het terugkeerbesluit niet rechtmatig in Nederland verbleef en daarom geen rechten kon ontlenen aan Besluit 1/80. Het inreisverbod vormt geen verboden nieuwe beperking volgens vaste rechtspraak. Ook het feit dat eiser een nieuwe aanvraag voor een verblijfsvergunning als zelfstandige had ingediend, schortte de gevolgen van het terugkeerbesluit niet op.
Verder stelde eiser dat verweerder had moeten onderzoeken of hij een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde vormde. De rechtbank verwierp dit omdat het inreisverbod was gebaseerd op artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet, zonder dat eiser een gevaar voor de openbare orde werd verweten.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.