Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Roemeense nationaliteit, maakte bezwaar tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte onder meer de geldigheid van de elektronische handtekening, de feitelijke grondslag van de maatregel, het zicht op uitzetting en het ontbreken van een tolk bij het vertrekgesprek.
De rechtbank oordeelde dat de elektronische handtekening geldig en rechtsgeldig was, ondanks problemen met verificatie op oudere software. De gronden voor de maatregel van bewaring, waaronder het risico op onttrekking aan toezicht en het niet voldoen aan vertrekverplichtingen, bleven ook na verwijdering naar Roemenië feitelijk juist. De rechtbank verwierp het verweer dat het contact met een wijkagent voldoende was om aan meldingsplicht te voldoen.
Verder werd geoordeeld dat de weigering van eiser om aan een coronatest mee te werken het zicht op uitzetting niet wegneemt, mede omdat eiser ter zitting verklaarde wel mee te zullen werken aan een coronatest in verband met een geplande uitzetting. De voortvarendheid van de uitzettingshandelingen werd bevestigd, ondanks het ontbreken van een tolk bij het vertrekgesprek.
Tot slot vond de rechtbank dat de Staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel dan bewaring niet volstond. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.