Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[BV I] te [plaats 1] ,
[gedaagde sub 2]te [plaats 1] ,
3.[BV II] te [plaats 1] ,
[gedaagde sub 4]te [plaats 1] ,
Rechtbank Den Haag
Multicopy, franchisegever, vordert in kort geding dat voormalig franchisenemer [BV II c.s.] en haar partner [BV I c.s.] worden verboden concurrerende activiteiten te verrichten in strijd met het non-concurrentiebeding uit de franchiseovereenkomst.
De rechtbank stelt vast dat het non-concurrentiebeding geldt tussen Multicopy en [BV II c.s.], maar niet voor [BV I c.s.]. Hoewel [BV II] haar onderneming heeft overgedragen aan [BV I], is onvoldoende aannemelijk dat [BV II c.s.] en [gedaagde sub 4] betrokken zijn bij concurrerende activiteiten van [BV I c.s.]. De enkele e-mail die Multicopy aanvoert is onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van [gedaagde sub 4].
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen niet toewijsbaar zijn en wijst deze af. Multicopy wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank is bevoegd ondanks het forumkeuzebeding, omdat het kort geding spoedeisend is en de voorzieningenrechter van de locatie waar de voorziening moet worden gegeven bevoegd is.
Uitkomst: De vorderingen van Multicopy worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van overtreding non-concurrentiebeding.