ECLI:NL:RBDHA:2022:9694
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring Dublinclaimant
De eiser, een Nigeriaanse Dublinclaimant, werd op 13 augustus 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder al geoordeeld dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek rechtmatig was.
In dit vervolgberoep stond alleen de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel centraal. De eiser voerde aan dat het land van overdracht was gewijzigd van België naar Frankrijk zonder dat hij opnieuw was gehoord, en dat de bewaring hem zwaar viel gezien de duur. De rechtbank oordeelde dat de wijziging van het land van overdracht de rechtmatigheid van de maatregel niet aantast, omdat de eiser als Dublinclaimant in bewaring kan worden gesteld en bezwaren tegen de overdracht in een aparte procedure kunnen worden aangevoerd.
Verder stelde de rechtbank vast dat de maximale termijn van bewaring volgens de Dublinverordening nog niet was verstreken en dat de eiser onvoldoende had onderbouwd waarom de bewaring hem zwaar viel. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.