ECLI:NL:RBDHA:2022:9579
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens herleving WW-uitkering verhinderd door toekenning WIA-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar WW-uitkering per 4 maart 2021 te beëindigen. De WW-uitkering was eerder beëindigd en weer voortgezet vanwege werkloosheid en ziektewetperiodes. Verweerder stelde dat de maximale duur van 24 maanden WW-uitkering was bereikt, mede door onderbrekingen in de uitkeringsperiode.
Eiseres betoogde dat de berekening van de duur van haar WW-uitkering onjuist was, met name over de periode van werk en ziektewetuitkering. De rechtbank oordeelde echter dat door de toekenning van een WIA-uitkering vanaf 17 januari 2022 het recht op herleving van de WW-uitkering is uitgesloten. Dit betekent dat zelfs indien eiseres in het gelijk zou worden gesteld, dit geen verlenging van de WW-uitkering tot gevolg kan hebben.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen procesbelang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van haar beroep en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tevens wees de rechtbank verzoeken om schadevergoeding af omdat geen onrechtmatig besluit was vastgesteld. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. van der Ven op 23 september 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang door toekenning van een WIA-uitkering.