Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1], eiser 1, v-nummer: [nummer 1]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Best Interests of the Child Assessment(BIC) van 19 december 2019 van M.C. Menninga, orthopedagoog, en S. van Zonneveld en A.A. Stevens, orthopedagogen in opleiding, van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en een kinderrechtenrapportage van 22 oktober 2019 van S.A.S. Matheij en S. Schuitemaker, juridisch adviseurs bij Defence for Children (DfC).
daadwerkelijkzal leiden tot identiteitsschade bij eiser 2, dat dit
daadwerkelijktraumatiserend zal zijn en wat de schade bij eiser 2
feitelijkzal zijn. Met deze overwegingen verlangt verweerder echter een te zware bewijslast met betrekking tot het risico op ontwikkelingsschade. Het kan in onderzoeken/rapportages als deze niet van onderzoekers/deskundigen worden verlangd met zekerheid vast te stellen dat en welke concrete schade bij uitzetting zal optreden of concrete waarden toe te kennen aan het risico op schade. Het ligt meer in de rede om in termen van aannemelijkheid te beoordelen dat aan ontwikkelingsvoorwaarden wel of niet kan worden voldaan. [4] In zoverre heeft verweerder door vast te houden aan het standpunt dat sprake moet zijn van daadwerkelijke, concrete feitelijk vast te stellen schade bij eiser 2 een te strenge maatstaf aangelegd. Uit de rapportages blijkt dat het aannemelijk is dat bij uitzetting naar China niet zal worden voldaan aan de ontwikkelingsvoorwaarden van eiser 2 en dat dit zal leiden tot ontwikkelingsschade bij hem. Zo wordt in de BIC rapportage door de onderzoekers onder meer vermeld “dat gedwongen vertrek waarschijnlijk als traumatisch zal worden ervaren” door eiser 2. “Een gedwongen vertrek vormt door de worteling van eiser 2 in de Nederlandse samenleving een bedreiging voor zijn identiteitsontwikkeling en een groot risico op ontwikkelingsschade.” “Eiser 2 uit zijn vertrouwde omgeving halen, kan leiden tot een identiteitsbreuk.” [5] In de rapportage van DfC staat vermeld “dat het vrijwel zeker is dat er ontwikkelingsschade zal optreden” en “dat een terugkeer een identiteitsbreuk van eiser 2 zal betekenen.” [6] In de aanvullende rapportage van DfC staat zelfs vermeld dat de kans op ontwikkelingsschade bij eiser 2 door de onderzoekers uit wetenschappelijk oogpunt bovengemiddeld groot wordt genoemd. [7]
datdeze verdere schade zal optreden. De tegenwerping van verweerder dat het op de weg van de ouders had gelegen om eiser 2 voor te bereiden op een uitzetting naar China is in dat licht ook niet navolgbaar. Gelet op de conclusies in de rapportages over de op te treden schade bij eiser 2 bij uitzetting is niet aannemelijk dat een dergelijke voorbereiding er toe zou hebben geleid dat de belangen van eiser 2 niet zouden worden geschaad.