ECLI:NL:RBDHA:2022:9281
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing beëindiging Ziektewetuitkering na deskundigenonderzoek
Eiser werkte 30 uur per week en meldde zich ziek op 14 november 2017. Na beëindiging van het dienstverband ontving hij een Ziektewetuitkering. Verweerder beëindigde deze uitkering per 26 april 2019 op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek dat stelde dat eiser meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat zijn psychische klachten onvoldoende waren onderzocht, met verwijzing naar medische informatie waaronder diagnose PTSS en depressieve klachten. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die het dossier bestudeerde en eiser onderzocht. De deskundige concludeerde dat eiser een somatisch-symptoomstoornis en een andere stressgerelateerde stoornis had, maar geen PTSS, en bevestigde beperkingen in sociaal functioneren.
De verzekeringsarts b&b paste de FML aan conform het deskundigenadvies. De arbeidsdeskundige b&b concludeerde dat eiser bepaalde functies niet meer kon verrichten, maar andere wel passend waren. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht stelde dat eiser meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen en dat het bestreden besluit in strijd met de Awb tot stand was gekomen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.