ECLI:NL:RBDHA:2022:8904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bijstandsuitkering ingangsdatum en opheffing bestuursfunctie Stichting
Eiser vroeg bijstand aan en meldde zich op 31 juli 2019, maar diende zijn aanvraag pas op 14 oktober 2019 in. Verweerder stelde de ingangsdatum van de uitkering op de datum van aanvraag en legde een verplichting op tot opheffing van Stichting [Stichting].
De rechtbank oordeelt dat de omstandigheden van eiser, waaronder langdurige persoonlijke problemen en mentale belasting, uitzonderlijk zijn waardoor hem geen verwijt kan worden gemaakt voor de vertraagde aanvraag. Daarom moet de bijstand worden toegekend vanaf de meldingsdatum. Daarnaast is de verplichting tot opheffing van de stichting onvoldoende gemotiveerd, omdat eiser alleen een bestuursfunctie bekleedt en geen werkzaamheden verricht die arbeidsinschakeling belemmeren.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het de ingangsdatum en de opheffingsverplichting betreft en bepaalt zelf de ingangsdatum op 31 juli 2019. Verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: De bijstandsuitkering gaat in op 31 juli 2019 en de verplichting tot opheffing van de stichting wordt vernietigd.