ECLI:NL:RBDHA:2022:8571
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling minderjarige wegens zorgen over vader met psychische problemen
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 juli 2022 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige en machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder. De ondertoezichtstelling werd aangevraagd vanwege ernstige zorgen over de psychische gesteldheid van de vader, die suïcidale uitspraken deed en onbereikbaar was voor hulpverlening.
De rechtbank stelde vast dat het contact tussen de vader en de minderjarige vanwege deze zorgen was stopgezet en dat de moeder de hoofdverblijfplaats van de minderjarige heeft. De machtiging tot uithuisplaatsing werd afgewezen omdat deze niet nodig is voor verblijf bij de moeder met gezag, en wijziging van de zorgregeling alleen via een verzoek op grond van artikel 1:265g BW kan plaatsvinden.
De rechtbank achtte het dringend noodzakelijk dat de minderjarige voorlopig onder toezicht wordt gesteld zodat een jeugdbeschermer kan onderzoeken hoe het contact tussen vader en kind veilig kan worden opgebouwd en de veiligheid van de minderjarige kan worden gewaarborgd. De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en wijst het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing af.