ECLI:NL:RBDHA:2022:8480
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs woon- en leefsituatie dakloze
Eiser vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet, nadat hij sinds augustus 2019 zonder inkomen was en een zwervend bestaan leidde. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet woonachtig was in Den Haag en onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn woon- en leefsituatie.
Eiser had zich meerdere keren gemeld bij het Daklozenloket en gaf wisselende adressen op, waarvan één adres niet bestond. Hij kon geen controleerbare gegevens over zijn verblijfplaatsen overleggen. Verweerder kende hem vanaf 18 juni 2020 een daklozenuitkering toe, maar de aanvraag van 19 mei 2020 werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich niet eerder dan 4 mei 2020 had gemeld voor bijstand en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op bijstand over de periode van 4 mei tot 4 juni 2020. Het motiveringsgebrek in het bestreden besluit werd gepasseerd omdat de uitkomst hetzelfde bleef. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op bijstand als dakloze.