ECLI:NL:RBDHA:2022:8289
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging voogdij en herstel ouderlijk gezag moeder over minderjarige
De moeder verzocht de rechtbank om de voogdij van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering over haar minderjarige kind te beëindigen en haar zelf te belasten met het ouderlijk gezag.
De minderjarige, geboren in Suriname in 2007, had aanvankelijk alleen gezag van de vader volgens Surinaams recht omdat de ouders niet gehuwd waren. Na verhuizing van het kind naar Nederland kreeg de moeder van rechtswege medegezag. De rechtbank stelde vast dat de voogdij was ingesteld vanwege ondertoezichtstelling en de moeder tijdelijk niet in staat was het gezag uit te oefenen.
De moeder woont sinds 2017 in Nederland en het kind verblijft sinds 2018 bij haar en haar stiefvader. De voogdes gaf aan dat het kind veilig is en zich goed ontwikkelt bij de moeder. De rechtbank oordeelde dat het herstel van het gezag van de moeder in het belang van het kind is en dat zij duurzaam verantwoordelijk is voor verzorging en opvoeding.
De rechtbank besloot daarom de voogdij te beëindigen en de moeder te belasten met het ouderlijk gezag, met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de voogdij en belast de moeder met het ouderlijk gezag over de minderjarige.