Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit hebbende persoon, is op 10 juni 2022 een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin de maatregel tot het sluiten van het toenmalige onderzoek rechtmatig werd bevonden. Het geschil richt zich nu op de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel na die datum.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend was in het uitzetten, met name door een afwachtende houding en het pas laat plannen van een persoonlijke presentatie bij de Nigeriaanse diplomatieke vertegenwoordiging. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder voldoende inspanningen had verricht, waaronder schriftelijke rappels en vertrekgesprekken met eiser om de uitzetting te bespoedigen. Het feit dat eiser niet op de geplande presentatie verscheen en dat de nieuwe afspraak binnen een redelijke termijn werd gemaakt, lag voor rekening van eiser.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.