Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 februari 2022 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Gouda, verweerder
Stichting GOUDasfalt, te Gouda, vergunninghoudster (gemachtigden: mr. [secretaris] en W. Roosemalen).
Procesverloop
.Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld van [A] (planoloog) en [B] . Namens de derde-partij zijn verschenen [voorzitter] (voorzitter) en mr. [secretaris] (secretaris).
Overwegingen
.Eiser betoogt dat hij belang ontleent aan zijn aansprakelijkstelling van verweerder voor de door hem geleden schade als gevolg van het vernietigde besluit van 24 augustus 2017. De rechtbank overweegt dienaangaande dat de door [eiser 1] geclaimde schade niet ziet op het onderhavige nieuwe besluit op bezwaar. Hoewel de uitkomst van de onderhavige procedure voor eiser relevant kan zijn voor het bepalen van de omvang van de door hem geleden schade, betekent dit niet dat daarmee een procesbelang is gegeven in deze procedure. Deze procedure leidt immers tot een openbare uitspraak, waarvan eiser kennis kan nemen en waarop hij zich kan beroepen in de schadeprocedure. Op grond van het vorenstaande kan eiser naar het oordeel van de rechtbank niet als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. Het beroep, voor zover dat is ingediend door eiser [eiser 1] , is dan ook niet-ontvankelijk.