ECLI:NL:RBDHA:2022:7573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek gegronde vrees vervolging
Eiser, die stelt Eritrese nationaliteit te hebben, werd geregistreerd in EU-Vis als Ethiopiër met een andere geboortedatum. Verweerder wees de asielaanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiser en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging in Ethiopië.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht uitging van de gegevens in EU-Vis en dat eiser onvoldoende bewijs leverde om deze te betwisten. Verweerder motiveerde echter onvoldoende waarom eiser als etnisch Tigreeër geen gegronde vrees voor vervolging zou hebben, terwijl deze groep als risicogroep wordt beschouwd.
Ook is niet aannemelijk gemaakt dat eiser bewust heeft misleid met valse documenten. De rechtbank vernietigt daarom het besluit voor zover het ziet op de motivering over de gegronde vrees en de afwijzing als kennelijk ongegrond. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit gedeeltelijk vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen.