Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
4.De bewezenverklaring
en hetoor heeft gestoken van die [slachtoffer 1] .
op19 januari 2020 te Den Haag, een voorwerp (te weten een scooter toebehorend
eaan [slachtoffer 2] ),voorhanden heeft gehad, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
9.De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
400 (VIERHONDERD) DAGEN;
200 (TWEEHONDERD) DAGEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
150 (HONDERDVIJFTIG) UREN;
75 (VIJFENZEVENTIG) DAGEN;